Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.

11. In aanmerking genomen dat het hier gaat om een verzameling pornografie die, naar uit de stukken valt af te leiden, reeds ten minste enige tijd in het bezit van verzoeker is geweest, komt het argument van de officier van justitie dat de afgebeelde personen er op moeten kunnen vertrouwen dat verzoeker niet (wederom) van het materiaal waarop zij voorkomen kan kennisnemen niet bijster overtuigend voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 20032 tot 20450.