Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.
14. Terecht heeft de Rechtbank voorts overwogen dat het aan de officier van justitie te maken verwijt niet minder groot wordt door de omstandigheid dat tegen de haar onwelgevallige tussenbeslissing geen rechtsmiddel kon worden aangewend. Waar geen rechtsmiddel is opengesteld zou het met het gezag dat aan rechterlijke beslissingen dient te worden toegekend niet verenigbaar zijn dat daaraan geen gevolg wordt gegeven. Dat geldt niet alleen voor (niet-appelabele) uitspraken en beschikkingen, maar ook, en in nog sterkere mate, voor beslissingen die de rechter ter zitting neemt met het oog op een in zijn ogen juiste en doeltreffende behandeling. De wijze waarop die behandeling plaatsvindt komt immers rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de rechter, en die verantwoordelijkheid moet niet illusoir worden gemaakt door zijn beslissingen te negeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 22577 tot 23450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64 | shasum -a 256