Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.

In aanmerking genomen dat de op 1 februari 1996 in werking getreden wetswijziging het voorhanden hebben van kinderpornografisch materiaal, anders dan voorheen, tot een strafbaar feit maakt ongeacht of er een achterliggend oogmerk van verdere verspreiding of openlijke tentoonstelling is, hetgeen als een nieuwe omstandigheid zou kunnen worden aangemerkt ten opzichte van het moment waarop de eerdere inbeslagneming plaatsvond, acht ik het niet onbegrijpelijk dat de Rechtbank met zo een nieuwe (niet bij voorbaat onrechtmatig te achten) inbeslagneming rekening heeft gehouden. Voorts gelet op het in de onderhavige procedure door de officier van justitie ingenomen standpunt komt mij evenmin onjuist of onbegrijpelijk voor dat de Rechtbank er vanuit is gegaan dat de officier van justitie zich niet zou willen neerleggen bij teruggave van het in de vordering omschreven materiaal, en metterdaad (na niet-ontvankelijk te zijn verklaard) opnieuw de inbeslagneming zou hebben bevolen en een tweede vordering tot onttrekking aan het verkeer zou hebben gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 30219 tot 31288.