Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.

22. In dit opzicht meen ik dat de in dit middelonderdeel bestreden beslissing een motiveringsgebrek vertoont die de begrijpelijkheid ervan aantast. Ik meen daar niet aan voorbij te kunnen gaan omdat uit de processen-verbaal van behandeling in raadkamer en bij de stukken gevoegde correspondentie blijkt dat namens verzoeker is aangevoerd dat tegen de vordering geen behoorlijk verweer kon worden gevoerd omdat verzoeker niet bekend was met de aard van de inbeslaggenomen voorwerpen. Voor de goede orde wijs ik er op dat de onderhavige zaken in zoverre een verschil vertonen met de bovengenoemde zaken met de griffienummers van de Hoge Raad 02157/99 Besch. en 02156/00 Besch., waarin door de verdediging was gesteld dat de klager/belanghebbende op de hoogte was van hetgeen in beslag was genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 33632 tot 34440.