Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9568.
25. Dat neemt niet weg dat een rechter onder alle omstandigheden zal dienen te vermijden dat hij in verband met een aan zijn oordeel onderworpen zaak kennisneemt van feitenmateriaal dat niet aan de andere partij in het geding bekend is, en waaromtrent die andere partij zich niet heeft kunnen uitlaten. Dat is in dit geval wèl gebeurd. Aangenomen moet worden dat het openbaar ministerie met de in de vordering bedoelde stukken bekend was. Het heeft ten slotte het standpunt betrokken dat het om kinderporno ging. De raadsvrouwe heeft in raadkamer van 4 maart 1999 herhaald dat de verdediging de inbeslaggenomen stukken niet heeft kunnen inzien, waaruit voortvloeit dat de verdediging zich niet in staat achtte te beoordelen of, en zo nodig te betwisten dat, het inbeslaggenomen materiaal kinderporno bevatte. De Rechtbank heeft van het inbeslaggenomen materiaal kennis genomen op 9 en 10 juni 1999. Nadien is de zaak niet meer in raadkamer behandeld. De Rechtbank heeft haar bevindingen derhalve niet aan verzoeker en zijn raadsvrouwe voorgelegd, en hen niet in staat gesteld zich daarover uit te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64, en de alinea staat in dat document op bytes 37915 tot 39032.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6d893ac429b7760c1d4382732dd73b1123a48c95d0ec3248416503ff4fe4e64 | shasum -a 256