Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9594.

1.2 Bij inleidende (formulier)dagvaarding van 15 april 1996 heeft de Gemeente voor de kantonrechter te Helmond betaling door [eiser] gevorderd van een bedrag van ƒ 1.220,71, zijnde de restantvordering wegens erfpacht 1994, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten. De Gemeente heeft daartoe gesteld dat zij [eiser] een (gecorrigeerde) nota ten bedrage van ƒ 12.856,63 heeft gestuurd wegens de verschuldigde erfpachtcanon over het jaar 1994, welke nota door [eiser] tot een bedrag van ƒ 11.635,92 is voldaan. Ondanks aanmaning heeft [eiser], zo stelt de Gemeente, geweigerd het restant te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8b4cd7d123c08d6841d619495bdbe932febe5584b24cea481972dd4ccd3f5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8b4cd7d123c08d6841d619495bdbe932febe5584b24cea481972dd4ccd3f5b, en de alinea staat in dat document op bytes 4886 tot 5503.