Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9594.
1.5 In de hoofdzaak heeft [eiser] vervolgens de vordering van de Gemeente bestreden. Hij heeft erkend dat hij een nota van ƒ 12.856,63 van de Gemeente heeft ontvangen en ook erkend dat hij op die nota een bedrag van ƒ 11.635,92 heeft betaald. Volgens [eiser] bedroeg de erfpacht voor het voorafgaande jaar, 1993, ƒ 11.635,92 en heeft het gevorderde bedrag van ƒ 1.220,71 betrekking op een door de Gemeente opgelegde verhoging van de canon. Hij heeft deze verhoging echter onbetaald gelaten, omdat de Gemeente op grond van de pachtnorm niet het recht had de canon te verhogen in een mate als zij heeft gedaan en omdat de Gemeente nog niet gerechtigd was de canon te verhogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8b4cd7d123c08d6841d619495bdbe932febe5584b24cea481972dd4ccd3f5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8b4cd7d123c08d6841d619495bdbe932febe5584b24cea481972dd4ccd3f5b, en de alinea staat in dat document op bytes 6344 tot 7036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de8b4cd7d123c08d6841d619495bdbe932febe5584b24cea481972dd4ccd3f5b | shasum -a 256