Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9597.

1.5 In de hoofdzaak heeft [eiser] vervolgens de vordering van de Gemeente bestreden. Hij heeft erkend dat hij genoemde nota's van de Gemeente heeft ontvangen en ook erkend dat hij op die nota's de door de Gemeente genoemde bedragen heeft betaald. Volgens [eiser] heeft hij voor 1993 het bedrag betaald dat hij in 1992 aan canon verschuldigd was, terwijl hij voor het jaar 1994 het bedrag heeft betaald dat het in 1993 had behoren te zijn. Hij heeft de verhogingen onbetaald gelaten, omdat de Gemeente op grond van de pachtnorm niet het recht had de canon te verhogen in een mate als zij heeft gedaan en omdat de Gemeente nog niet gerechtigd was de canon te verhogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e04e9bd2d83f0e834c4853184bd96d3e891b469c8b46bd485d4a93d7640a2d08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e04e9bd2d83f0e834c4853184bd96d3e891b469c8b46bd485d4a93d7640a2d08, en de alinea staat in dat document op bytes 6457 tot 7137.