Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9599.
29) Of uitlatingen door of namens de werknemer inderdaad zo uitgelegd mogen worden is, naar voor de hand ligt, een kwestie van feitelijke appreciatie. Daarbij mag overigens, denk ik, als vuistregel worden gehanteerd, dat het weinig voor de hand ligt dat een werknemer tegen een ontslag waarmee hij niet heeft ingestemd, niet alle bezwaren geldend wil maken die hem rechtens ten dienste staan; en dat het bepaald uitzonderlijk is dat een werknemer die wèl uitdrukkelijk bezwaren kenbaar heeft gemaakt tegen het feit dat hij ontslagen wordt, en die zelfs zijn werkgever heeft doen dagvaarden, niettemin van een hem mogelijk ten dienste staand beroep op nietigheid van het hem gegeven ontslag zou willen afzien(18). Die vuistregels brengen mee dat uitlatingen door of namens een werknemer waaruit duidelijk blijkt dat deze bezwaar heeft tegen het hem aangezegde ontslag, geredelijk zo mogen worden begrepen dat de werknemer ook de nietigheid van dat ontslag wil inroepen (al gebruikt hij, mogelijk wegens onvoldoende rechtskennis óf wegens onduidelijkheid van de feitelijke situatie, niet precies die woorden).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9787a9b862c0120bc9a80db5f95665d968e037ab6314a4942553790f8459e9a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9787a9b862c0120bc9a80db5f95665d968e037ab6314a4942553790f8459e9a2, en de alinea staat in dat document op bytes 23482 tot 24604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9787a9b862c0120bc9a80db5f95665d968e037ab6314a4942553790f8459e9a2 | shasum -a 256