Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9599.

30) Met die gegevens voor ogen lijkt mij dat, ofschoon een andere uitleg zeker denkbaar was, de uitleg die het hof aan de door [verweerder] ingenomen houding heeft gegeven geenszins onbegrijpelijk is te noemen; waaraan niet afdoet dat de inleidende dagvaarding en de daaraan voorafgaande correspondentie van de kant van [verweerder] ogenschijnlijk alleen betrekking hebben op het eerste door GTI c.s. aangezegde ontslag. In de situatie zoals die door de elkaar opvolgende ontslagaanzeggingen was ontstaan - die in de schriftelijke toelichting namens [verweerder] met recht als onduidelijk wordt beschreven - kon in redelijkheid van GTI Holding worden gevergd dat die zich niet op de letter van de van [verweerder] uitgaande mededelingen oriënteerde, maar rekening hield met de daaraan redelijkerwijs toe te kennen bedoeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9787a9b862c0120bc9a80db5f95665d968e037ab6314a4942553790f8459e9a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9787a9b862c0120bc9a80db5f95665d968e037ab6314a4942553790f8459e9a2, en de alinea staat in dat document op bytes 24624 tot 25463.