Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

4.7.1 Naar het oordeel van het EHRM was het CBB geen "Tribunal" in de zin van art. 6 EVRM.(16) Daarom is het oordeel van het CBB, indien voor de burgerlijke rechter bestreden, niet het laatste woord. Weliswaar voert [eiser] ook aan dat - kort gezegd - het in het leven roepen en houden van de rechtsgang bij het CBB onrechtmatig is, maar die onrechtmatigheid voegt niets wezenlijks toe. Voorzover daaruit - in verband met de lange duur van de procedure als geheel - extra schade voortvloeit, kan deze (in de zin van art. 6:98 BW) worden toegerekend in het kader van de primaire onrechtmatige daad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 32474 tot 33085.