Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
4.13.2 Zegeviert de Staat bij de burgerlijke rechter dan is de keten van procedures ten onrechte geëntameerd. Er is geen goede grond waarom de Staat in dat geval wél de kosten van het voeren van de procedure bij het CBB moet voldoen. In zoverre valt een parallel te trekken met procedures in verschillende instanties. Heeft een "lagere rechter" de eisende partij gelijk gegeven, maar trekt hij uiteindelijk aan het kortste eind, dan moet hij in beginsel de proceskosten van alle instanties dragen. Blijkbaar was het EHRM in de zaak Van de Hurk dezelfde mening toegedaan.(21)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 35849 tot 36438.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256