Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

4.14 Volledigheidshalve en met het oog op het principiële karakter van deze zaak sta ik nog kort stil bij de vraag wanneer de verjaringstermijn zou gaan lopen ingeval de eiser - op toereikende wijze - de vordering mede zou baseren op de lange duur van de procedure. Daarbij beperk ik me tot de situatie waarin de lengte van de procedure bij het CBB onder vuur ligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 36980 tot 37359.