Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

4.16 Wanneer zulk een vordering op zich staat - dat wil zeggen: geen verband houdt met het inhoudelijk oordeel van het CBB of de pretense onjuistheid van het oorspronkelijke besluit - zal de verjaringstermijn luce clarius aanvangen de dag na de uitspraak van het CBB. Het betreft hier een eenvoudige toepassing van de hoofdregel van art. 3:310 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 37608 tot 37974.