Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
4.21 Hoe de desbetreffende vordering van [eiser] moet worden begrepen kan m.i. blijven rusten.(28) Het Hof heeft klaarblijkelijk aangenomen dat de verjaringstermijn voor alle vorderingen op hetzelfde moment begint te lopen. Dat wordt in cassatie niet bestreden. Op deze materie behoef ik dan ook niet verder in te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 39647 tot 39979.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256