Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
4.29.1 De eiser zal als hij na het arrest van het EHRM een procedure begint in veel gevallen een beroep op verjaring tegengeworpen krijgen. Hij kan dat m.i. niet met vrucht pareren door te betogen dat hij de "aansprakelijke persoon" in de zin van art. 3:310 lid 1 BW niet eerder kende dan de datum van (publicatie) van het EHRM-arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 42987 tot 43336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256