Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 135 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
4.29.3 Recente rechtspraak waarin wordt geoordeeld dat bekendheid in de zin van art. 3:310 lid 1 BW subjectief moet worden opgevat(33) geeft nader steun aan deze opvatting. Zou de vraag of een persoon aansprakelijk is naar subjectieve inzichten van de benadeelde moeten worden beoordeeld, dan zou de rechtszekerheid op de tocht komen te staan. Het zou ook onrechtvaardig zijn voor de laedens. Bij de beoordeling van de onrechtmatigheidsvraag is in beginsel zonder belang of de laedens wist dat hij een norm overtrad.(34) Dat in zo'n situatie wél rekening zou worden gehouden met onbekendheid van de norm door de benadeelde - waardoor de verjaring niet terstond begint te lopen - kan in het geheel niet bekoren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 43577 tot 44302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256