Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
4.32 Gaat men ervan uit dat de regel al bestond (dat is immers de essentie van declaratoir) dan had niet alleen de Staat (die, de verjaring weggedacht, er de wrange vruchten van plukt) maar ook de justitiabele deze (objectief bezien) moeten kennen.(38) Bij die stand van zaken is geheel begrijpelijk dat en waarom deze - toegepast op de onderhavige zaak - reeds in actie moet komen na de uitspraak van het CBB.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 45295 tot 45718.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256