Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
4.51 Voorzover nodig, ga ik nochtans in op de indringende en overtuigend toegelichte klachten. Daartoe bestaat temeer aanleiding nu beide partijen het principiële belang van deze zaak hebben benadrukt. Hoewel 's Hofs arrest, zoals hiervoor werd aangenomen, in het teken staat van het verjaringswetje en de klachten die daarop begrijpelijkerwijs voortbouwen strikt genomen geen behandeling behoeven, spelen de daardoor aan de orde gestelde rechtsvragen voor een belangrijk deel eveneens bij toepassing van de hier wél toepasselijke wettelijke regeling (art. 3:310 lid 1 BW). Het lijkt doelmatig om partijen en de rechters bij wie de vele andere zaken thans aanhangig zijn een duidelijk richtsnoer te geven voor de afwikkeling van al die procedures.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 51691 tot 52453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256