Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 161 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

4.55 Los van het rechtstheoretische fundament van mijn benadering en los van de uiterst onaantrekkelijke consequenties voor andere situaties van de invalshoek van [eiser] (zoals geschetst onder 4.27 - 4.29) valt te bedenken dat het in de wereld van melkvee houdende boeren klaarblijkelijk zeer wel bekend was dat het CBB niet zonder meer het laatste woord was. Daarop wijzen in de eerste plaats de - intussen mislukte - aan het EHRM-arrest voorafgaande pogingen om het oordeel van het CBB te bestrijden. Daarop wijzen voorts de herhaalde pogingen van sommige boeren om de kwestie bij allerhande instanties aan te kaarten; zie bijvoorbeeld de zaak [betrokkene A] waarin ik heden eveneens concludeer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 53177 tot 53888.