Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

4.58 Het had bij deze stand van zaken voor de hand gelegen wanneer één of enkele betrokkenen een proefprocedure tot de Hoge Raad zou(den) hebben gevoerd. De anderen hadden dan kunnen profiteren van het arrest Bloembollencentrale De Ree Holland/Staat.(47) Zou dat in een voor de Staat als proefpocedure kenbaar geding zijn gebeurd dan zou zich m.i. een situatie hebben voorgedaan waarin het op de weg van de Staat had gelegen om de in aanmerking komende veehouders erop te wijzen dat hij zich het recht voorbehield om beroep op verjaring te doen. Door dat na te laten zou hij dan een situatie in het leven hebben geroepen waarin voor de hand lag dat de andere veehouders ervan uitgingen dat de Staat wilde afwachten of hij in de procedure in het (on)gelijk zou worden gesteld.(48)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 54578 tot 55372.