Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 176 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

4.69 Om de hierboven uitvoerig uiteengezette redenen meen ik, anders dan de geëerde steller van het middel, dat van zodanige onmogelijkheid geen sprake was. Daarom is het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar in de zin van art. 6:2 lid 2 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 59004 tot 59261.