Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 181 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
4.74 Ten slotte wordt, evenals in feitelijke aanleg, beroep gedaan op het arrest Talma/Friesland (onder 41). Dat betoog ziet over het hoofd dat dit arrest betrekking heeft op de door de wet van 1924 geregelde verjaring waarin het aankwam op de vraag wanneer een vordering opvorderbaar was.(52) Onder de vigeur van art. 3:310 lid 1 BW komt het daarop niet langer aan zodat aan bedoeld arrest in casu reeds daarom geen betekenis toekomt.(53)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 60413 tot 60865.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256