Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 218 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

19 In mijn conclusie voor HR 28 april 2000, NJ 2000, 431 ARB onder 8.20 heb ik aangegeven dat m.i. in beginsel een jaar het maximum is. In casu gaat het om een ander soort probleem doordien een kortere periode (die aansluit bij de termijn van art. 3:320 BW) m.i. aangewezen is. Ik laat rusten of factoren als genoemd in HR 28 april 2000, NJ 2000, 430 rov. 3.3.3 - die, m.i. ten onrechte, in de literatuur geen warm onthaal hebben gekregen - in casu eveneens een rol zouden kunnen spe-len. Ik wijs er slechts op dat in dat arrest de termijn van 30 jaar aan de orde was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 67323 tot 67904.