Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 229 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

30 HR 23 januari 1998, NJ 1998, 525 MS rov. 3.4 tweede alinea. Ik lees de met "Dit aldus" ingeleide volzin en heel in het bijzonder de passage vanaf "hetgeen bovendien" zo dat deze voortbouwt op het voorafgaande. Meer concreet: dat Uw Raad daarin zegt dat het niet in overeenstemming met art. 53 EVRM zou zijn om ná het EHRM-arrest te oordelen dat de situatie voordien wel duidelijk was. Tot een verdergaand oordeel dwong het arrest Van de Hurk m.i. ook niet; zie rov. 54 en 55 van EHRM 19 april 1994, NJ 1995, 462 EAA. Zou men de zojuist bedoelde passage anders lezen, dan is dat een wezenlijk bezwaar tegen de door mij ontvouwde gedachtegang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 70610 tot 71268.