Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

2.4 In haar vonnis van 1 juli 1998 heeft de Rechtbank te 's-Gravenhage het niet-ontvankelijkheidsverweer van de Staat verworpen. Naar het oordeel van de Rechtbank is het niet aannemelijk dat de Staat door het tijdsverloop na de uitspraak van het CBB en het arrest van het EHRM zodanig is benadeeld dat de onderhavige zaak in redelijkheid niet meer kon worden geëntameerd (rov. 3.1). Ten gronde heeft de Rechtbank vervolgens geoordeeld dat de grondslagen waarop [eiser] zijn vordering baseert, geen onrechtmatige daad van de Staat opleveren (rov. 3.2-3.8). Zij heeft de vordering daarom afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 11336 tot 11946.