Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.
2.11 Ten slotte heeft [eiser] aangevoerd dat, gelet op het feit dat hij zich in ieder geval vóór 19 april 1994 niet tot de burgerlijke rechter kon wenden, de redelijkheid en billijkheid zich tegen een beroep op verjaring verzetten. Dit geldt eens te meer, aldus [eiser], nu de Staat hem door het uitvaardigen en handhaven van de wet Arbo heeft belet zich tot een gerecht in de zin van art. 6 EVRM te wenden (onder 2.12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 17843 tot 18278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847 | shasum -a 256