Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

"5. Het hof behandelt eerst het incidenteel appel, omdat dat de verste strekking heeft. De Staat heeft zich daarbij beroepen op de verjaring van de vordering van [eiser] op grond van de Wet van 31 oktober 1924 (Stb. 482) ("het verjaringswetje"). Volgens de Staat is, naar het hof begrijpt, de verjaringstermijn van vijf jaar als in die wet bedoeld, in deze zaak ingegaan aan het einde van het jaar waarin de minister zijn aanvrage om een bijzonder melkquotum heeft afgewezen, te weten na 31 december 1987, of op een later tijdstip. Met dat latere tijdstip heeft de Staat gezien zijn mondelinge toelichting (pleitnotities, paragraaf 9) bedoeld 1 januari 1990, dat wil zeggen na het einde van het kalenderjaar waarin het CBB op het beroep van [eiser] uitspraak deed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 22553 tot 23330.