Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

6.1 Het standpunt van de Staat dat de verjaringstermijn is gaan lopen na het einde van het jaar waarin de minister op de aanvraag van [eiser] had beslist, is onjuist, omdat [eiser] zich niet tot de burgerlijke rechter kon wenden voordat hij de wettelijk voorgeschreven procedure bij het CBB had gevolgd, ook al mondde die procedure niet uit in een beslissing van een rechter die aan de eisen van artikel 6 EVRM voldeed. Voordat het CBB op zijn beroep had beslist was de vordering van [betrokkene A] (bedoeld is: [eiser], JS)(6) daarom niet opvorderbaar in de zin van het verjaringswetje en ging de verjaringstermijn niet lopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 23350 tot 23990.