Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9600.

6.2 De verjaringstermijn is echter wel aangevangen per 1 januari 1990, te weten na het einde van het jaar waarin het CBB op het beroep van [eiser] besliste. Op dat ogenblik was de wettelijk voorgeschreven procedure doorlopen en was de vordering die [eiser] op de Staat meende te hebben opvorderbaar. Anders dan [eiser] betoogt, heeft de uitspraak van het EHRM in de zaak Van den Hurk geen gevolg voor de opvorderbaarheid van [eisers] vordering. Die uitspraak houdt juist in dat het CBB niet als onafhankelijke rechter in de zin van art. 6 EVRM kan worden beschouwd en heeft tot consequentie dat de burger na een afwijzende beslissing door het CBB zich alsnog over de vaststelling van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen tot de burgerlijke rechter kan (en kon) wenden. Die uitspraak brengt niet mee dat vorderingen op de Staat, die toen reeds verjaard waren, weer zouden herleven of een - zoals in dit geval - reeds aangevangen verjaringstermijn opnieuw aanving. [Eiser], die de Staat onder meer verwijt dat hij een onrechtmatige rechtsgang bij het CBB heeft ingericht en dat hij een onrechtmatige beslissing heeft genomen, had zich na die beslissing tijdig tot de burgerlijke rechter kunnen wenden, of, in afwachting van de uitkomst van de procedure bij het EHRM in de zaak (lees:) Van de Hurk, een declaratie kunnen indienen om de verjaring te stuiten op de in het verjaringswetje aangegeven wijze.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a10cebf868056afa0df3b65afe7dadaf9b9bc011bcfa3e7e2153f408bb951847, en de alinea staat in dat document op bytes 24010 tot 25429.