Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 146 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9601.

4.34.1 Ik zou menen dat de verjaringstermijn van het hier toepasselijke art. 3:310 lid 1 BW begint te lopen de dag na het verrichten van de primaire onrechtmatige daad.(24) Wanneer deze termijn is verstreken ten tijde van de uitspraak van het CBB of het EHRM (ik kom daarop terug) ligt voor de hand dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de Staat daarop beroep doet.(25)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4, en de alinea staat in dat document op bytes 44976 tot 45399.