Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 156 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9601.
4.39 Veronderstellenderwijs aannemend dat sprake zou zijn van schending van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM(30), hangt het antwoord m.i. af van de invulling van de vordering.(31)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4, en de alinea staat in dat document op bytes 49358 tot 49571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4 | shasum -a 256