Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 186 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9601.
4.63 Daarin past dat van [verweerder] iets werd verwacht na de uitspraak van het CBB en dat onjuist is de stelling dat hij kon wachten op het arrest van het EHRM. Anders dan [verweerder] in deze procedure heeft uitgedragen, zag hij dat zelf kennelijk ook zo. Wat zou anders de zin zijn geweest van de door het Hof gememoreerde brieven van 1990 en 1992?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4, en de alinea staat in dat document op bytes 59996 tot 60362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6400aa62585a7838dbd35445f4c0c0dcaa80b72d697a35b69028b9f9ca4a0c4 | shasum -a 256