Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9604.

11. Onderdeel 1 van het middel klaagt dat het Hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de Nederlandse rechter op grond van art. 5 sub 1 EEX bevoegd zou zijn. Uit hetgeen het Hof heeft overwogen blijkt volgens het onderdeel niet dat sprake is van een aan de reconventionele vordering van Ziegler ten grondslag gelegde verbintenis uit overeenkomst van Spectra die in Rotterdam is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. In aansluiting hierop betoogt onderdeel 2 dat het Hof niet duidelijk heeft gemaakt dat sprake is van de situatie dat uit de tussen Spectra en Ziegler gesloten overeenkomst voor Spectra een (hoofd)verbintenis voortvloeit die inhoudt dat zij Ziegler van documenten en informatie moet voorzien, en dat zulks in Rotterdam zou dienen plaats te vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee22f0d850dc71d465afed0281e19f755ad696a349c598220e68e4c25ee1cc02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee22f0d850dc71d465afed0281e19f755ad696a349c598220e68e4c25ee1cc02, en de alinea staat in dat document op bytes 11793 tot 12571.