Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9604.

13. Bij het bepalen van de plaats waar de contractuele verbintenis in geschil moet worden uitgevoerd, zijn twee situaties te onderscheiden; enerzijds de situatie waarin partijen bij hun overeenkomst omtrent de plaats van uitvoering van de verbintenis niets hebben geregeld en anderzijds de situatie waarin partijen de plaats van uitvoering wel in hun contract hebben vastgelegd. In de eerstbedoelde situatie, die zich in casu kennelijk voordoet, wordt de plaats van uitvoering bepaald aan de hand van het (volgens het ipr van de aangezochte rechter) op de overeenkomst toepasselijke recht. Zie HvJ EG 6 oktober 1976, zk 12/76 (Tessili/Dunlop), Jur. 1976, p. 1473, NJ 1977, 169; HvJ EG 29 juni 1994, zk C-288/92 (Custom/Stawa), Jur. 1994, p. I-2913, NJ 1995, 211; HvJ EG 28 september 1999, zk C-440/97 (Groupe Concorde), Jur. 1999, p. I-6307, NJ 2001, 595 nt. PV.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee22f0d850dc71d465afed0281e19f755ad696a349c598220e68e4c25ee1cc02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee22f0d850dc71d465afed0281e19f755ad696a349c598220e68e4c25ee1cc02, en de alinea staat in dat document op bytes 13069 tot 13944.