Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9604.

23. Het uitgangspunt waarop het onderdeel berust, mist feitelijke grondslag. In r.o. 9 heeft het Hof weliswaar overwegingen gewijd aan de samenhang tussen de conventionele en de reconventionele eis, maar die overwegingen bieden geen aanknopingspunt voor de opvatting dat het Hof de bevoegdheid van de Rechtbank te Rotterdam (mede) heeft gegrond op art. 6 sub 3. Zo hierover al anders zou moeten worden geoordeeld, faalt het onderdeel reeds wegens gebrek aan belang, nu 's Hofs oordeel dat de bevoegdheid ten aanzien van de reconventionele vordering volgt uit art. 5 sub 1 en art. 5 sub 3, in cassatie stand kan houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee22f0d850dc71d465afed0281e19f755ad696a349c598220e68e4c25ee1cc02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee22f0d850dc71d465afed0281e19f755ad696a349c598220e68e4c25ee1cc02, en de alinea staat in dat document op bytes 23922 tot 24553.