Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9615.
3.31 Hoe dat zij, om de hierboven en in de parallel-conclusie in de zaak [betrokkene A]/Staat genoemde redenen van feitelijke en juridische aard ga ik er niet van uit dat (rechtens) sprake was van onbekendheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eed4a912c45b5b0806e67c8899d5b72d571c8b72f37329acf30e87b9b228a653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eed4a912c45b5b0806e67c8899d5b72d571c8b72f37329acf30e87b9b228a653, en de alinea staat in dat document op bytes 20320 tot 20543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eed4a912c45b5b0806e67c8899d5b72d571c8b72f37329acf30e87b9b228a653 | shasum -a 256