Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

34 Dorresteijn, TVVS 1990/4, blz. 83; Losbl. Rechtspersonen (Huizink), aant. 9 bij art. 2:146 BW. Evenzo HR 1 april 1949, NJ 1949, 465 (Doetinchemse ijzergieterij; J.M.M. Maeijer, Vennootschapsrecht in beweging, Alphen a/d Rijn/Brussel, 1971, blz. 146; Van der Heijden/Van der Grinten (1968), blz. 368; W.J.M. Noldus, Ongeldigheid van besluiten van de vennootschap, Deventer 1969, blz. 65-66; B.M. Mezas, Het handelsrecht: de naamloze vennootschap, in: P.J. Duinkerken/M.A. Loth (red.), Inleiding tot het Nederlands-Antilliaans recht, Curaçao 1997, blz. 398; S.H.M.A. Dumoulin, Besluitvorming in rechtspersonen, Deventer 1999, blz. 31-32, 230.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 53049 tot 53706.