Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 143 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

47 CvR 7 en 9. Zij heeft gesteld dat de vader en de zoons reeds voor 17 april 1997 op grond van een bestaande overeenkomst werkzaamheden verrichten, dat de managementovereenkomst erop was gericht om in het vooruitzicht van het overlijden van de vader, nog meer geld uit Sundat te halen en dat de terugwerkende kracht aan de overeenkomst ertoe diende om deze geloofwaardig te maken. Voorts heeft [eiseres] aangegeven waaruit de salariëring van de vader en de zoons voor 17 april 1997 bestond. In hoger beroep heeft zij gepersisteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 56108 tot 56654.