Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

1.4 Sundat is niet in rechte verschenen. Joral voerde evenwel gemotiveerd verweer. Zij beriep zich op de niet-ontvankelijkheid van [eiseres] die bij de managementovereenkomst geen partij was, zodat zij daarvan ook niet de vernietiging kan vorderen.(6) Voorts heeft de vergadering van aandeelhouders nagelaten om op de voet van art. 7 lid 4 van de statuten van Sundat een bijzonder vertegenwoordiger aan te wijzen, waardoor de vader toch weer vertegenwoordigingsbevoegd is geworden. Bovendien was van een tegenstrijdig belang geen sprake. Joral voerde verder aan dat de managementovereenkomst naderhand door een opvolgend bestuurder is bevestigd, waardoor deze onaantastbaar is geworden. Ten slotte stelde zij dat het standpunt van [eiseres] strijdig is met de goede trouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 9161 tot 9946.