Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

2.4 Het middel moet worden beoordeeld tegen de volgende achtergrond. Een borg heeft jegens de hoofdschuldenaar een regresvordering onder de opschortende voorwaarde dat hij als borg heeft betaald.(11) Niet geheel duidelijk is echter of aan de schuldeiser van een vordering onder opschortende voorwaarde, een beroep op de pauliana toekomt. De meeste schrijvers die zich over deze vraag hebben gebogen, hebben deze vraag bevestigend beantwoord.(12) Zij hebben hun opvatting echter niet of nauwelijks gemotiveerd. Wél een motivering geeft Ankum. Hij wijst erop dat de schuldenaar onder opschortende voorwaarde ingevolge art. 1298 BW (oud) "vóór de vervulling van de voorwaarde alle middelen in het werk (mag) stellen, welke tot bewaring van zijn recht noodzakelijk zijn". Weliswaar is het inroepen van de nietigheid van een rechtshandeling ingrijpend, maar het is geen executie-maatregel. Met een beroep op de pauliana maakt de schuldeiser slechts de executie mogelijk van vermogensbestanddelen die de debiteur aan zijn verhaal heeft willen onttrekken. Ankum stelt voorts dat de voorwaardelijke schuldeiser wél de waarschijnlijkheid van het vervallen van de voorwaarde en van zijn benadeling op dat moment, aannemelijk dient te maken.(13)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 14314 tot 15566.