Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

2.6 Tegen de achtergrond van dit citaat en de eerder aangehaalde opvattingen in de literatuur, moet naar mijn mening worden aangenomen dat een voorwaardelijk schuldeiser, en dus ook een borg, een beroep kan doen op de pauliana, aangenomen dat de voorwaarden daarvoor overigens zijn vervuld. Aan de daarvoor in de literatuur aangevoerde, bovengeciteerde, argumenten voeg ik toe dat een andere opvatting impliceert dat het kalf eerst moet verdrinken voordat men de put mag dempen. Van oudsher geldt dat niet als een goed idee. Waarom zou de schuldeiser met een voorwaardelijke vordering lijdzaam (zij het tandenknarsend) moeten toezien dat de schuldenaar afbreuk doen aan zijn verhaalsmogelijkheden en pas tot actie mogen overgaan als zijn vordering onvoorwaardelijk is geworden, met als risico dat verhaal daarvoor tegen die tijd niet meer mogelijk is?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 17314 tot 18178.