Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.
Maar zoals ook al doorklinkt in de opmerkingen van Ankum en het citaat uit de parlementaire geschiedenis - en wellicht de eigenlijke grond is van de aangehaalde opvatting van Van Opstall - moet er wél een drempel zijn omdat het niet aangaat een voorwaardelijke schuldeiser de bevoegdheid te geven elke rechtshandeling waarvan benadeling in zijn verhaalsmogelijkheden het gevolg kan zijn, met de banvloek van de pauliana te treffen. Dat zou de bewegingsvrijheid van de schuldenaar teveel beperken en daardoor gemakkelijk tot misbruik kunnen leiden. Bovendien wordt het inbouwen van een drempel in het licht van art. 3:303 BW gerechtvaardigd door de onzekerheid die is verbonden aan het feit dat de vordering nog niet opeisbaar is in samenhang met het uitzonderlijk karakter van de pauliana, die een ingreep toestaat in andermans rechtssfeer. Om deze redenen dient de voorwaardelijke schuldeiser mijns inziens te stellen en - bij voldoende gemotiveerde tegenspraak - aannemelijk te maken dat hij in het concrete geval voldoende belang heeft bij het inroepen van de pauliana. Daartoe dient hij de voldoende concrete dreiging aannemelijk te maken dat, zodra zijn vordering opeisbaar wordt, het verhaal daarvoor wordt benadeeld door de gewraakte rechtshandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 18186 tot 19458.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328 | shasum -a 256