Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

2.19 Ik kom nu tot de bespreking van de onderdelen 1 tot en met 5 van het tweede middel. Deze richten zich tegen rov. 9 van het bestreden vonnis. Hierin overwoog het hof, zakelijk weergegeven, dat de vordering van [eiseres] niet kan worden gebaseerd op art. 7 lid 4 van de statuten of art. 124 WvKNA. Een beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid als de onderhavige kan namelijk alleen door de vertegenwoordigde vennootschap worden ingeroepen en niet door de aandeelhouder van of borg voor de vennootschap. Het hof is dus niet toegekomen aan de vraag of in het onderhavige geval sprake was van een tegenstrijdig belang tussen de toenmalige directeur [betrokkene A] en de door hem bestuurde vennootschap Sundat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 31456 tot 32185.