Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

"(...) [eiseres] heeft niet gemotiveerd betwist dat de overeenkomst een bekrachtiging is van afspraken die al vanaf 1 januari 1996 golden. Zij heeft nagelaten haar stellingen daaraan aan te passen. Met name heeft zij niet aangegeven dat de overeengekomen vergoeding - gelet op de financiële situatie van Sundat, en in het licht van de personeelskosten die binnen Sundat gangbaar waren - op dat moment buitensporig was. Aan dit oordeel draagt bij dat [eiseres] aan de hand van door Joral overgelegde financiële overzichten zelf heeft opgemerkt dat de vader en zijn zonen al vanaf 1992 vele miljoenen aan Sundat hebben onttrokken. In dat perspectief ziet het Hof niet zonder meer in dat de overeenkomst of het besluit tot het aangaan daarvan de financiële positie van Sundat zodanig heeft verslechterd dat het nietig zou zijn wegens strijd met de goede trouw. [Eiseres] heeft dus uiteindelijk onvoldoende feiten aan haar vordering ten grondslag gelegd die, eventueel na bewijsvoering, tot toewijzing daarvan kunnen leiden" (rov. 10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 36404 tot 37452.