Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.
2.25 Het subonderdeel is naar mijn mening terecht voorgedragen. In eerste aanleg heeft Joral gesteld dat de managementovereenkomst een formalisering was van de reeds bestaande situatie(46), maar dit is door [eiseres] expliciet bestreden.(47) Daarom is de door het subonderdeel bestreden overweging onbegrijpelijk. Het hof heeft niet overwogen dat deze betwisting onvoldoende was gemotiveerd (welk oordeel, als het toch zou zijn gegeven, trouwens eveneens onbegrijpelijk zou zijn geweest, mede in aanmerking genomen dat het op de weg van Joral lag om [eiseres] inzicht te geven in de sinds 1 januari 1996 bestaande afspraken). Voor het geval het hof meent dat [eiseres] haar betwisting in hoger beroep had moeten herhalen, heeft het de devolutieve werking van het appèl miskend. Overigens zijn daarvoor geen aanwijzingen; het subonderdeel klaagt hierover dan ook niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 37961 tot 38842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328 | shasum -a 256