Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9618.

2.26 Subonderdeel (ii) komt op tegen 's hofs overweging dat [eiseres] met name heeft nagelaten aan te geven dat de overeengekomen vergoeding "op dat moment"(49) buitensporig was. Het klaagt dat dit oordeel, gezien de processtukken, onbegrijpelijk is en acht het daarnaast onbegrijpelijk dat de omvang van eerdere onttrekkingen een maatstaf kan vormen voor de beantwoording van de vraag of latere onttrekkingen buitensporig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 481d0d47e35ab11b7fb7dbb65b2a71e09e2d42421fe5ed9b03ddeea7de18e328, en de alinea staat in dat document op bytes 39343 tot 39784.