Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9688.
3.5. Ik meen voorts dat de los van de complexbenadering bestaande verwachting van de aanleg van een weg geen te vergoeden meerwaarde van de te onteigenen grond doet ontstaan. Indien wordt onteigend ten behoeve van de aanleg van de weg moeten niet alleen de voor- en nadelen teweeggebracht door die weg, doch tevens de voor- en nadelen teweeggebracht door de plannen waarvoor wordt onteigend buiten beschouwing worden gelaten. Dat impliceert dat geen grond bestaat voor een vergoeding voor de waardeverandering door bestemmingswijziging (van landbouwgrond in weg). Weliswaar is de bestemmingswijziging in beginsel een gevolg van de uitoefening van een zelfstandige taak van de gemeente, en behoort die bestemming bij de waardebepaling in aanmerking te worden genomen, maar als de gemeente bij de uitoefening van die taak niet anders kan doen dan zich aansluiten bij plannen van het Rijk of de Provincie, dan dient de bestemmingswijziging bij de waardebepaling geëlimineerd te worden. U zie HR 22 november 1978, conclusie Mok, NJO 1979, 1 (Staat/Matser) en HR 18 juni 1980, conclusie Mok, NJO 1980, 7, noot M.B. (Staat/Markus).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/557a2ab0865dd6e63faea89a79c6ea53873226b3a721e04de1def740e61c09b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 557a2ab0865dd6e63faea89a79c6ea53873226b3a721e04de1def740e61c09b2, en de alinea staat in dat document op bytes 15609 tot 16748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/557a2ab0865dd6e63faea89a79c6ea53873226b3a721e04de1def740e61c09b2 | shasum -a 256