Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9688.

3.21 Wat daarvan zij, ik meen dat in casu geenszins onbegrijpelijk is het oordeel van de Rechtbank dat geen sprake is van een (gemeentelijk) complex in de zin van art. 40d, nu geen sprake is van de omstandigheden waarop art. 40d, onderdeel b, Onteigeningswet het oog heeft. Art. 40d, ondcerdeel b, beoogt de hoogte van de schadeloosstelling niet te doen beïnvloeden door de toevallige verschillende detailbestemmingen die verschillende stukken grond binnen een samenhangende masterbestemming krijgen. Van een dergelijk toeval of willekeur is in casu geen sprake. De onteigening geschiedt door de Provincie, zulks, zoals de Rechtbank heeft vastgesteld, primair tot verwezenlijking van een regionaal doel. Het primaire doel waarvoor onteigend wordt staat dus los van de exploitatie van de woonwijken. Daar komt nog bij dat uit de strekking van art. 40d, onderdeel b Onteigeningswet voortvloeit dat bij de bepaling of sprake is van een complex moet worden uitgegaan van de bestemming die de gronden hebben. Die bestemming is een agrarische, zoals de Rechtbank heeft vastgesteld en in cassatie - terecht, gelet op de arresten Staat/Matser en Staat/Markus - niet wordt bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/557a2ab0865dd6e63faea89a79c6ea53873226b3a721e04de1def740e61c09b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 557a2ab0865dd6e63faea89a79c6ea53873226b3a721e04de1def740e61c09b2, en de alinea staat in dat document op bytes 31692 tot 32881.