Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9716.

4.6 Ik meen echter dat van schending van het gelijkheidsbeginsel geen sprake is: de belanghebbende van wie bij navorderingsaanslag nagevorderd wordt, verkeert niet feitelijk en rechtens in dezelfde positie als de belanghebbende jegens wie in bezwaar of beroep intern gecompenseerd wordt. Van de eerste belanghebbende vordert de Staat een aanvullend belastingbedrag bovenop de oorspronkelijk opgelegde aanslag (hetgeen zwaardere vereisten zoals een nieuw feit of kwade trouw rechtvaardigt), terwijl de laatstgenoemde belanghebbende de zekerheid heeft dat, wat de inspecteur in bezwaar of beroep ook bijbrengt, de hem oorspronkelijk opgelegde aanslag de bovengrens van zijn procesrisico vormt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01382f3439f6bcd991ef444cb7686482b6f85ad9dc6612dbda865616bede7fc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01382f3439f6bcd991ef444cb7686482b6f85ad9dc6612dbda865616bede7fc8, en de alinea staat in dat document op bytes 65443 tot 66147.